Pascal De Witte
Mijn interesse in zelfverdediging en gevechtssport is niet van kinds af aan begonnen. Integendeel. Als lagereschoolkind was ik daar eigenlijk helemaal niet mee bezig.
Dat veranderde in het eerste middelbaar. Tijdens een incident op school zag ik hoe iemand met een eenvoudige techniek een veel grotere en stoerdere klasgenoot naar de grond kreeg. Dat moment is mij altijd bijgebleven. Ik was verrast, onder de indruk en vooral nieuwsgierig. Hoe kon zoiets? En hoe kon ik dat zelf leren?
Niet veel later schreef ik me in bij een plaatselijke jiu-jitsuclub. Daar ging er een nieuwe wereld voor mij open. Ik leerde vallen, werpen, trappen, klemmen aanleggen, reageren op aanvallen en omgaan met verschillende situaties. Tien jaar lang trainde ik met veel overtuiging, tot de club jammer genoeg stopte en ik op zoek moest naar een nieuwe weg.
Die zoektocht bracht mij bij Tao-Do Free Fight, onder leiding van Wim Van De Poele. En dat was meteen een stevige realitycheck. Plots stond ik tegenover kickboksers, thaiboksers en MMA-vechters. Mijn vertrouwde jiu-jitsutechnieken bleken niet zomaar te werken in die andere context. De eerste maanden waren hard. Ik kreeg veel te verwerken, letterlijk en figuurlijk, en heb meer dan eens gedacht: is dit nog wel iets voor mij?
Gelukkig kreeg ik de juiste begeleiding. Stap voor stap leerde ik anders bewegen, anders kijken en anders reageren. Mijn beeld van gevechtssport werd veel ruimer. Ik begon te begrijpen dat elke stijl zijn waarde heeft, maar ook zijn beperkingen. Net door buiten mijn comfortzone te stappen, groeide ik als vechter én als lesgever.
Bij Tao-Do kwam ik ook in contact met close combat en realistische zelfverdediging. Wim en Ivan Cardon brachten vanuit hun ervaring als gewezen paracommando’s technieken en inzichten mee die sterk gericht waren op echte situaties. Daar leerde ik een belangrijke les: wat werkt in een sportieve context, werkt niet automatisch op straat. Zelfverdediging vraagt een andere manier van denken.
Later ontdekte ik ook de interne krijgskunst. Opnieuw voelde het alsof ik helemaal opnieuw moest beginnen. Minder kracht, meer gevoel. Minder vechten tegen, meer werken met. Die wereld blijft voor mij tot vandaag een enorme bron van inspiratie. Hoe meer ik erin duik, hoe meer ik besef hoeveel er nog te ontdekken valt.
Doorheen de jaren ben ik blijven zoeken, trainen en bijleren. Ik maakte kennis met onder meer escrima, het Filipijnse stok- en mesvechten, en verdiepte mij in krav maga, waarin ik enkele jaren instructeur was. Niet omdat ik van stijl naar stijl wilde springen, maar omdat ik geloof dat echte ontwikkeling ontstaat door open te blijven kijken.
Vandaag, meer dan 37 jaar later, is mijn conclusie simpel: ik heb nog lang niet alles geleerd. En misschien is dat net het mooie eraan.
Krijgskunst en zelfverdediging zijn voor mij geen eindpunt, maar een weg. Een weg die mij blijft uitdagen, vormen en inspireren. En wat ik onderweg leer, geef ik met veel passie door aan anderen.